Trainen van een uitgekoerste volbloed - deel 2

Exrenpaarden

Beginnen met een uitgekoerste Volbloed

Trainen van een uitgekoerste volbloed deel 2

Trainen van een uitgekoerste volbloed - alternatieve methoden

Xenophon's Reflex XX en Annelies in de dressuurbaan

Het heeft even geduurd, maar hier is dan een vervolg. Inmiddels heb ik zelf het een en ander bijgeleerd en dat wil ik graag delen.

Er is ook een reactie gekomen op onderstaande tekst. Deze reactie kun je hier lezen.

Het hertrainen van een exrenpaard is te vergelijken met het trainen van een 'verreden' paard. Een paard dat geheel verkeerd is bereden en daardoor signalen van de ruiter niet begrijpt of verkeerd opvat. Een exrenpaard is gewend op zijn eigen manier te bewegen: niemand heeft het dier eerder lastiggevallen met eisen over hoe het liep als het maar liep. Veel meer dan een stukje stappen ter opwarming, een korte draf als voorbereiding op de trainingsgalop en daarna weer terug naar stap heeft het paard waarschijnlijk niet gehad. Hoe het paard met zijn hoofd liep en of het zijn achterhand wel onder de massa plaatste in bochten maakte niets uit.

Het maakt niet uit hoe hij loopt, als ie maar loopt

Veel volbloeds houden in de galop op de baan dan ook het hoofd naar buiten in de bocht in plaats van naar binnen en gebogen. Hieronder kun je zien dat sommige paarden in de rechtergalop gaan maar naar links kijken. Dit is in dressuurbegrippen natuurlijk volkomen verkeerd. Een paard dat op deze wijze heeft leren galopperen kun je in de rijbaan bijna dubbelvouwen, hij zal toch verkeerd aan galopperen. In de rijbaan levert dit een probleem op en dat noemen we dan in dressuurtermen een 'balansprobleem': het paard gaat niet gedragen en evenwichtig onder de ruiter, maar probeert op een andere manier te compenseren. Het heeft nog niet geleerd om gebogen en in 'balans' onder de ruiter door de baan te gaan.

Wel wil ik toch even iets duidelijk stellen: als ik over balans praat heb ik het natuurlijk er niet over dat een exrenpaard geen balans zou hebben. Alleen is een rijkunstige balans en het onderbrengen van de achterhand iets wat alleen door veel training en steeds verfijnen van hulpen kan worden bewerkstelligt. Ook een jong rijpaard heeft niet vanzelf balans onder de ruiter zoals gevraagd bij dressuur, dat moet er langzaam in getraind worden. Een Grand Prix paard draagt zichzelf en is volkomen in balans, dat is heel anders dan een jong paard of een exrenpaard. Ook al kunnen al die paarden in een rengalop prima van galop wisselen. We hebben het hier over een rijkunstig evenwicht volgens de klassieke dressuur en dat is toch echt iets anders dan een paard dat zich in elke omstandigheid op vier benen redt (het zou wat zijn als ie dat niet kon).


Verder moet ook een exrenpaard even goed als een jong rijpaard nageeflijkheid leren en dat is iets heel anders dan de 'kop in de krul'. Ook bij een jong rijpaard duurt dat een tijdje voor hij dit geleerd heeft. Nageeflijkheid kan namelijk alleen ontstaan als ruiter en paard in een rijkunstige balans zijn en er vanuit het achterbeen wordt gereden. Teveel mensen beginnen met de hand en drijven dan wat bij. Zo werkt het dus niet ook al lijkt het voor het plaatje heel aardig. Ik ga dit hieronder wat meer uitleggen.


De achterhand eronder en oprichting komen sowieso pas als er verzameld kan worden en dat is pas in een veel later stadium aan de orde. Natuurlijk kan een volbloed zijn achterhand onderbrengen, maar rijkunstige verzameling kan pas bereikt worden als het paard (volbloed of geen volbloed) nageeflijk is en door oefeningen (zijgangen met name) langzaam leert om meer gewicht op de achterhand te brengen.
De klassieke dressuur doet naast het rijden in de rijbaan ook veel grondwerk om een paard beter in balans te krijgen.

Nu heb ik meteen al een paar problemen opgesomd die je bij een groen paard waarschijnlijk niet zo snel zal tegenkomen. Natuurlijk moet een jonge warmbloed zijn balans ook nog vinden onder de ruiter, maar er is van begin af aan met zo'n paard werk verricht zodat het weet wat links- en rechtsgalop is. Ook is het paard nooit hard over terrein gegaloppeerd, maar altijd in een afgeschermde omgeving zodat het de kans heeft gekregen om in een rustige arbeidsgalop te leren enigszins te buigen om het binnenbeen van de ruiter. Het is waarschijnlijk nooit met zijn hoofd naar buiten op topsnelheid een bocht door gerend.

Dat brengt me op een ander onderwerp: snelheid. Een renpaard heeft geleerd dat het in de wereld draait om snelheid. Snelheid die gevraagd wordt op een aantal manieren: een kalme ontspannen stap, een korte periode van een snelle draf ter voorbereiding van de galop, een flinke working gallop en ten slotte de rengalop in de koers of tijdens een snelwerk.

Het eerste dat een exrenpaard dus zal willen doen is hard door de baan gaan en hoe korter je de teugels neemt, hoe harder het dier zal gaan lopen. Daarbij komt nog dat niemand het paard ooit geleerd heeft om bochten te nemen zoals ze in een rijbaan genomen behoren te worden: om je binnenbeen heen. Dan krijg je zoiets als op onderstaande foto...

Flex in de linkergalop in augustus 2007

Hoe pak je zoiets aan???!!!

Ik heb inmiddels geleerd dat het niet werkt om je op de voorkant van je paard te focussen. Een geforceerde hoofdhouding, hoe mooi ook aan de voorkant (en een volbloed ziet er snel heel gaaf uit met zo'n gebogen nek), zegt helemaal niets. Je paardje zal dit snel aanleren, maar zodra je van gang wil verwisselen ontglipt de zogenaamde aanleuning je weer. Klopt: je paard heeft dan nog helemaal niets geleerd. Overigens: deze geforceerde hoofdhouding geldt ook voor heel erg veel warmbloeds, niet alleen voor volbloeds!

Mijn volbloed bijvoorbeeld gaat uit zichzelf met zijn hoofd naar beneden lopen als ie hard wil draven of galopperen. Zo'n hoofdhouding wordt ook op de baan gebruikt om een volbloed in een working gallop te trainen. Vandaar ook: als je buiten rijdt, zorg dan dat je paard nooit zijn hoofd in renhouding kan krijgen (dus met 'de kop dr op'), maar rijdt hem afgebogen. Dan kunnen ze nog behoorlijk wat snelheid maken, een volbloed galoppeert in deze houding nog sneller dan een gemiddelde warmbloed op topsnelheid. Het duurt ook altijd even voordat een exrenpaard weer stilstaat na zo'n galop. Op de baan neemt men namelijk de tijd om weer af te remmen. Hier moet je wel rekening mee houden als je buiten gaat galopperen.

Een working gallop, het lijkt een prachtige hoofdhouding voor in de rijbaan, maar deze paarden zijn gewend om op het bit te steunen en zo snelheid te maken. Het heeft niets te maken met nageeflijkheid en lichtheid zoals we die in de dressuur verwachten. Je kunt deze houding natuurlijk wel op buitenritten benutten om je paard onder controle te houden.

We hebben nu dus twee gegevens: het paard wil hard en heeft geen balans. Het heeft zich waarschijnlijk zelfs (om in balans te blijven op de baan) al allerlei (in de rijbaan ongewenste) manieren van lopen eigen gemaakt. Het paard snapt niets van een binnenbeen dat hem opzij wil hebben en reageert op elke druk van teugel en benen met harder lopen. Het zal op de ene zijde door je kuithulpen heenvallen en haakse bochten maken, op de andere zijde zal het naar buiten willen vluchten voor je been en nauwelijks te sturen zijn. Hoe kan dit?

Een paard heeft van nature een holle en bolle zijde. Bij de holle zijde zal het gemakkelijker buigen, maar zal het ook de neiging hebben om door je binnenbeen heen te vallen of juist over de schouder weg te lopen. Op de bolle zijde zal het niet willen buigen en voor je binnenbeen proberen weg te rennen. Om een paard recht te richten zoals in de dressuur vereist, moet je met name de bolle zijde trainen: de spieren aan de holle zijde zijn namelijk korter en deze moeten worden opgerekt. Natuurlijk krijgt je paard daar spierpijn van dus zorg dat je dit met beleid doet.

Het eerste wat je je paard zal moeten leren is dat been geven in de rijbaan niet 'rennen' betekent maar 'opzij'. Verder moet het paard de teugels niet meer als steun gaan gebruiken en 'op eigen benen' gaan lopen.

Laat dan ook de teugels volkomen los, zoek geen contact met de mond. Maak het jezelf ook niet meteen lastig door te willen galopperen in het begin. Gebruik stemhulpen om het paard te bevestigen. Gebruik bijvoorbeeld de longe om het paard eerst te laten snappen dat je met 'stap' of 'voorwaarts' de stap bedoelt en dat 'drrraf' de overgang naar draf betekent. Waarschijnlijk kent het paard 'ho' al wel. Wanneer je voorzichtig je kuit iets aandrukt en dan 'stap' zegt zal het al snel doorhebben wat je bedoelt. Vermijd het gebruik van een zweep, deze is op de baan alleen tijdens koersen op het laatste rechte eind gebruikt waarschijnlijk en maakt het dier alleen maar heet en zenuwachtig.

Longeren als hulpmiddel om een paard de stemhulpen te laten begrijpen

Zorg dat je in geen geval de teugels gebruikt, je moet zelf een onafhankelijke zit hebben en rustig meegaan met de beweging van het paard zonder de teugels nodig te hebben als steun. In het begin zal het paard een behoorlijk tempo hebben onder het zadel, maar probeer het niet al te veel in te houden. Laat het met losse teugel stappen en draven en oefen de overgangen. Je zult merken dat het dier waarschijnlijk al snel rustiger wordt, zeker als je het op een moment dat het langzamer gaat draven, met je stem beloont. Volbloeds leren snel en willen ook graag voor je werken.

De eerste week was de opdracht 'geen teugelcontact en gewoon voorwaarts stappen, draven en galopperen'.

Flex en tijdens overgang naar het halthouden. Op deze foto is goed te zien dat er geen teugelcontact is.

In het begin moet je het paard ook aanmoedigen de hals te strekken bij een losse teugel. Je zult zien dat een paard als vanzelf na een aantal trainingen aan de losse teugel, vanzelf het bit op zal willen gaan zoeken en de hals zal gaan strekken. Meteen belonen in zo'n geval. Dit zorgt ervoor dat het paard de hand van de ruiter zal willen gaan opzoeken en het halsstrekken zorgt voor rust en ontspanning die je hard nodig hebt als beloning tijdens de oefeningen straks. Ook zorgt het ervoor dat het paard laag en over de rug gereden wordt.

Flex in draf aan de lange teugel. Deze reaktie kreeg hij vanzelf na een aantal trainingen aan de losse teugel.

Zodra je merkt dat je het paard al wat meer kunt sturen met gewichtshulpen en op je stem, kun je beginnen met het proberen van het aanleren van de kuithulpen. Zodra het paard namelijk begrijpt dat het op een eenzijdige kuithulp opzij moet, kun je het gaan leren buigen en zal het ook gemakkelijker de teugel aannemen. Het is de bedoeling dat het paard op het bit gaat kauwen. Een strakke neusriem is dan ook uit den boze! Het paard moet de mond voldoende kunnen openen!

Het paard moet de mond voldoende kunnen openen om op het bit te kauwen. Flex is hier opgetoomd met een kneveltrens die een rustige ligging in de mond van het paard verzekert. Op deze wijze kan het bit niet door de mond van het paard getrokken worden op een wending, erg handig als je paard nog niet zo gemakkelijk stuurt.

Je begint hiermee in stap. Ga op een volte, liefst in een hoek van de rijbaan zodat je paard al vanzelf de volte wordt opgestuurd door de hoeken. Je stapt rustig rond, laat de teugels los en vraagt met de binnenhand stelling. Doe dit op de zijde waarvan je weet dat het de 'makkelijke kant' van je paard is. Om het paard op de volte te houden moet je nu wel je binnenbeen aanduwen. De eerste reaktie van het paard is waarschijnlijk naar voren. Neem het dier meteen terug (rustig en vriendelijk in de hand blijven, stelling blijven vragen en laat het met je stem weten dat het niet de bedoeling is) en zodra het weer stapt, duw je weer je binnenbeen iets aan. Zodra het dier een andere reaktie geeft dan aandraven, beloon je het. Je zult dit een aantal keer moeten herhalen, maar al snel zal het paard begrijpen dat niet elke beenhulp ook harder betekent.

De basis is nu gelegd om dit op de andere hand ook eens te proberen. Je kunt de oefeningen uitbreiden door op de volte een aantal keer van hand te veranderen, gebroken lijnen te rijden, de hoeken van de rijbaan door te rijden in plaats van af te snijden en op de rechte zijdes wijken voor de kuit te oefenen. Als gevolg van het wijken voor de kuit en het rijden van gebogen lijnen zul je ook merken dat het paard als vanzelf het bit weer gaat opzoeken. De eerste stappen op weg naar echte nageeflijkheid! Het zal een flinke tijd duren voordat je dit in draf zult kunnen met je paard.

In draf komt de moeilijkheid erbij dat het dier enorm snel kan omschakelen naar een soort 'rendraf'. Dit kan binnen een paar passen al gebeurd zijn en soms zelfs zonder dat je het merkt. Zorg dan ook dat je eerst in stap het gevoel hebt dat het paard begrijpt wat je van het wil. Probeer daarna dezelfde oefeningen in draf te doen, door eerst op de volte te gaan, stelling te vragen en licht eenzijdige kuithulp te geven. Zodra het paard in rendraf wil gaan, moet je het stilzetten (er zit nu niets anders op dan toch de teugels aan te nemen maar laat ze meteen los zodra het paard stil staat). Dit zul je waarschijnlijk heel veel moeten oefenen, beloon het paard zodra het langzaam aandraaft en een paar rustige passen draf laat zien. Een rustige draf vergt veel energie van een volbloed, meer dan een rendraf. Hard draven is gewoon een manier om onder het werk uit te komen en ze worden er helemaal niet moe van. Dit komt door de bouw van de volbloed: de vlakke draf en galop dienen juist om in een zo economische manier zo veel mogelijk bodem te bedekken. Hard laten draven en galopperen heeft dus geen zin om een volbloed tot rust te krijgen.

Soms is de galop ook fijner dan de draf om te oefenen. Een volbloed heeft van nature een hele voorwaartse en meestal ook fijne galop. Nadeel is dat het paard hard kan gaan galopperen en dan is elke oefening natuurlijk weg. Op de makkelijke zijde van je paard kan de galop ook juist heel gemakkelijk en rustig aanvoelen, oefen dan in het begin vooral die galop. Laat de teugels los en bevorder elk halsstrekken van je paard. Langzamerhand zul je dan vanzelf toekomen aan het rijden van oefeningen in de galop. Oefen de galop in het begin op de grote volte.

Flex in de linkergalop in oktober 2007: al iets meer gebogen en meer gecontroleerd.

Op dit moment ben ik met mijn eigen paard nog niet veel verder dan dit stadium. Flex kan nu in stap links en rechtsom buigen, hij snapt wijken voor de kuit op de hoefslag, hij kan schouderbuitenwaarts op de volte en overschenkelen op de volte. In draf echter wil hij nog steeds hard en in galop lukt het ons op de rechterhand om meestal redelijk gecontroleerd te galopperen, linksom ontaardt het vaak nog in een overhaaste galop. Het is echt nog een balansprobleem, maar langzamerhand begint hij wel te snappen wat de bedoeling is en doet ie enorm zijn best. Het duurt waarschijnlijk nog zeker twee of drie maanden voordat hij sterk genoeg is in zijn hals en lichaam voordat hij op beide zijdes gebogen en nageeflijk kan gaan in alle gangen.

Door allerlei oefeningen te blijven rijden ontwikkel je de spieren en gebogenheid van je paard en zal de nageeflijkheid als vanzelfsprekend ontstaan. Hou in ieder geval in gedachten: niet aan de voorkant zitten pielen, met je handen niet naar achteren werken maar naar opzij bij het stelling vragen en je benen alleen gebruiken als het nodig is. Maak je paard eerst aan je been en ga niet voortdurend zitten drijven, dan kun je je been niet meer gebruiken voor zijwaartse hulpen.

Zorg dat alle overgangen over de rug gereden worden: het paard moet zich lang maken en de neus naar voren willen duwen. Werk in geen geval terug! Op onderstaande foto is te zien hoe het dus niet moet: dit is geen nageeflijkheid die voortkomt uit het achterbeen en het over de rug rijden, maar uit een terugwerkende (weerstandbiedende) hand. Het paard wordt belemmerd in zijn drang naar voren en het resultaat is: een voortdurend drijvende ruiter, een zwaar op de hand lopend paard dat soms zelfs achter de teugel duikt. Flex bewoog zich hier stijf en ingehouden door de baan. Ik had last van kramp in mijn armen en benen, ging steeds slechter zitten en Flex liep niet meer. Nageeflijkheid komt niet van voren, maar van achteren: voorwaarts/neerwaarts, draai dit nooit om! Je hebt geen benen gekregen om je paard voorwaarts te houden nadat je hem eerst aan de voorkant in de krul hebt.

Dit is dus niet de bedoeling, je ziet aan Flex ook dat hij niet meer ruim draaft. Hij heeft zijn mond geopend en gebruikt zijn rug niet.

Het uiteindelijke resultaat van twee maanden training:

Flex is nageeflijk in stap op de linkerhand

Flex is nageeflijk in draf rechtsom

De schouderbinnenwaarts rechts begint steeds gemakkelijker te worden

Overschenkelen om het binnenachterbeen te activeren

 

De galop

Hier zie je Flex in een op het oog mooie rechtergalop. Echter, door de sterk weerstandbiedende hand om het paard aan de voorkant in de gewenste hoofdhouding te krijgen, werd de galop dusdanig verstoord dat hij regelmatig viertakt galoppeerde. Dit moest dan volgens de instructrice opgelost worden door te drijven, maar dit is averechts. Een paard hoort uit zichzelf te galopperen en op zoek te gaan naar je hand, dit kan enkele maanden duren voordat het paard zover is! Je moet nooit een dergelijke hoofdhouding afdwingen, dan rijd je alle spieren vast. Hier gebruikt Flex zijn rug ook niet, hij hoort laag en diep over de rug te galopperen met een natuurlijke drang naar voren. Pas als dit bevestigd is, kun je een paard proberen voorwaarts/neerwaarts te rijden.

Hieronder staat een fragment van hoe het op dit moment wel de bedoeling is: laag en lang rijden zodat het paard zijn rug leert gebruiken, Flex begint hier langzaam ook de hand op te zoeken in de rechtergalop.

Flex in de rechtergalop