Op de achterhand

Het is even stil geweest, maar hier is dan een update over de training van Flex. Ik heb zoveel bijgeleerd de laatste maanden, dat ik dat graag weer wil delen. Inmiddels met fotomateriaal.

Ik train Flex steeds vaker onder het zadel. Zijn spieren zijn beter tot ontwikkeling gekomen en het nageven kost hem geen moeite meer. Ook begint hij steeds beter te begrijpen dat ik niet hard wil en dankzij de vele longeerarbeid heeft hij steeds beter geleerd op de volte in balans te blijven. Hij springt dan ook nauwelijks meer overkruist aan, bijvoorbeeld, en blijft in de galop in cadans. De longeerarbeid heeft nu dus alleen nog tot nut ter ontspanning en afwisseling, waarbij veel overgangen draf-galop zijn bovenlijn losser moeten maken en de achterhand actief. Ik longeer nog steeds alleen aan het halster, vastzetten aan hulpteugels ontmoedigt het voorwaarts-neerwaarts strekken doordat hij dan elke keer daarin belemmerd wordt door het vastgezette bit. Zo krijg je een valse knik in de hals en kan hij niet met een deinende, losgelaten rug werken.

Zijn bespiering is inmiddels die van een beginnend sportpaard! Hij begint al een echte 'kap' te krijgen en ook zijn schouderpartij is goed ontwikkeld.

Omdat hij zich in de binnenbak vrij vaak enorm opfokt (zeker als er andere paarden bij zijn), heb ik hem in de buitenbaan gereden. Dat gaf mij de kans om meer aan rijden toe te komen in plaats van hem voortdurend gerust te stellen of tegen te houden. Hij voelt zich waarschijnlijk onzeker: het is een kleinere ruimte, de bodem is wat minder fijn en verder gebeuren er om de binnenbak heen allerlei dingen waarvan hij wel de geluiden hoort, maar niet kan zien wat er dan is. En als er dan ook nog paarden te dicht bij hem komen, wordt ie claustrofobisch en vliegt bijna over het beschot heen.

De buitenbaan dus! Inmiddels heb ik hem overigens al wel zo voor elkaar dat ie ook binnen in stap en draf redelijk ontspannen te rijden is. Zo gaan we elke keer een stapje vooruit.

Nog steeds bestaat het grootste deel van onze arbeid uit stappen. Toch heb ik de draf waarin ik hem op de grote volte voorwaarts-neerwaarts rijd en galop er wel bij kunnen nemen.

In stap heb ik me gefocust op het verdere rechtrichten door middel van de bekende zijgangen op de volte en soms ook op de rechte lijn. Flex is rechtsgebogen, dus dat houdt in dat zijgangen waarin hij zijn rechterachterbeen moet activeren, hem het meeste helpen. Inmiddels beheersen we de schouderbinnenwaarts links en rechts, travers links en rechts en renvers links en rechts. Ook tijdens het wijken voor de kuit stapt (en draaft!) hij evenwichtig en op vier benen. Twee weken geleden hebben we ons eerste appuyement in stap gereden. Doel van deze oefeningen is het rechtrichten, maar ook het aanleren van respect voor de buitenteugel en binnenbeen.

Het gevolg van al deze arbeid is dat Flex steeds rechter wordt in zijn lichaam, waardoor hij onder de ruiter gemakkelijker en meer in balans beweegt: gevolg is dat het wegrennen voor handen en benen nagenoeg verdwenen is. Ook springt hij rechtsom steeds beter aan.

Dit is schouderbinnenwaarts rechts op de volte. Let op: hij moet hier het rechterachterbeen onder de massa plaatsen en dat vindt hij erg lastig. Hier is goed te zien dat de schouderbinnenwaarts de schouderpartij vrij maakt. De binnenteugel is weliswaar te lang, maar goed te zien is dat deze slechts licht en vriendelijk de stelling onderhoudt.

Ik zit hier eigenlijk precies andersom dan normaal gesproken moet in de schouderbinnenwaarts, dit komt omdat ik Flex nog steeds met mijn buitenbeen moet begrenzen als extra bij de buitenteugel. Mijn binnenbeen zorgt ervoor dat hij 'omstapt' aan de achterzijde. Wanneer hij minder moeite krijgt met deze buiging, zal het binnenbeen de buiging vragen.

Schouderbinnenwaarts links op de volte, deze gaat al bijna vanzelf.

Afgelopen zondag zijn we tijdens de training wat verder gegaan. Flex kon ik nu dus al wel voorwaarts-neerwaarts rijden in stap en draf, maar daarbij blijft hij natuurlijk veel op de voorhand en dat heeft uitelkaar vallen en struikelen tot gevolg. Nu is het tijd om hem wat meer op de achterhand te zetten en zo op eigen benen te rijden. Hij moet nu dus gaan leren om in elke gang 'tussen mijn hulpen' te blijven, elke pas moet van mij worden.

 

Door meer naar het bit toe te rijden, treedt de achterhand vanzelf meer en actiever onder. De aanleuning blijft constant en vriendelijk.

Omdat hij inmiddels begrepen heeft, wat nageven is, kan hij ook op de juiste manier reageren op halve ophoudingen. Dit stelt mij in staat om hem naar het bit toe te rijden, licht aan de voorkant te maken en de achterhand te controleren.

Hier is het meer ondertreden van de achterhand en de daarop volgende relatieve oprichting aan de voorzijde goed zichtbaar. Ook is goed te zien dat de nageeflijkheid vanuit het lichaam en niet vanuit de ruiterhand komt.

Voorwaarden voor het meer op de achterhand zetten:

- een paard dat begrijpt wat nageven is, aanleuning zoekt op beide teugels en zijn rug gebruikt

- een ruiterhand die niet trekt om het paard te laten nageven, maar ten alle tijde vriendelijk, spelend vraagt

- een ruiter die een onafhankelijke, meegaande zit heeft.

Het is van het grootste belang om met een rechte, licht aangespannen rug en dragende handen in het zadel te zitten. Op een andere wijze is het niet mogelijk om een paard met een licht contact aan de voorzijde op eigen benen te laten lopen. Zodra van deze zit wordt afgeweken treden er fouten op in de aanleuning en zal het paard niet meer zichzelf dragen.

In draf is het handig om eerst te blijven doorzitten, zodat je het paard niet uit balans haalt en veel sneller kunt reageren als hij niet direct nageeft of zich probeert te ontworstelen aan de hulpen. Wanneer je niet kunt blijven zitten, moet je eerst werken aan het ruggebruik van je paard (kennelijk is het voorwaarts/neerwaarts nog niet genoeg bevestigd!) of aan je eigen zit.

Het is ook van belang om een paard op beide teugels te laten nageven, dus niet alleen maar op de binnenteugel rijden! Indien hier geen juiste reactie op komt (je paard wil geen aanleuning zoeken op de buitenteugel bijvoorbeeld of alleen maar op de rechterteugel en niet links of andersom) dien je meteen terug te gaan naar het voorwaarts/neerwaarts rijden en hieraan te werken door de eerder beschreven oefeningen.

Flex snapte in eerste instantie niet helemaal wat we wilden en ging meteen weer met zijn hoofd omhoog lopen. Echter, vriendelijk volhouden en genoeg impuls bewaren zodat ik hem naar het bit kon toerijden, deed hem toch overstag gaan. Op het moment dat het paard 'erdoorheen' komt, dient de ruiter onmiddellijk alle inwerking te staken en te ontspannen. Natuurlijk zal het in het begin zo zijn, dat deze momenten van ontspanning maar fracties van seconden zullen beslaan. Je moet dus zo alert zijn dat je op tijd, liefst nog voordat hij 'er helemaal uit is', je paard kan corrigeren. Op een gegeven moment zal het dier door de ontspanning begrijpen wat de bedoeling is en gehoor geven aan je vraag.

Zelfs galopperenkunnen we nu vanuit de achterhand, met een redelijke schoudervrijheid en stille aanleuning.

Flex had het vrij snel door in elk geval, ook in de draf. Als laatste: het paard moet wel echt aan je hulpen staan. Zodra je voortdurend been moet geven om hem aan de gang te houden of 'moet werken aan de voorkant', is het beter om een stap terug te gaan in de africhting want dan is er iets nog niet helemaal in orde. Op de achterhand plaatsen komt niet voort uit je handen!

Actief halthouden.

 

Fotoseries

draf - mijn grootste euvel is op dit moment nog mijn schouders.

galop - toch even proberen! en het ging eigenlijk best goed.